Het Achtste Woord
NAVIGATION
23. Page
Het Achtste Woord
بسم الله الرحمن الرحيم
الله لا اله الا هو الحي القيوم
ان الدين عند الله الاسلام
Als je de ware essentie van deze wereld en de menselijke ziel die erin huisvest wilt begrijpen, evenals de essentie van religie en de waarde ervan voor de mens; en dat zonder de ware religie, de wereld een gevangenis zou zijn…
Als je wilt begrijpen dat de mens zonder geloof het ongelukkigste schepsel is, en dat ‘O Allah’ en ‘Er is geen god buiten Allah’ het diepe mysterie van het universum ontrafelen en de menselijke ziel uit de duisternis bevrijden, kijk dan naar de volgende allegorie, luister:
Op een dag gingen twee broers samen op pad voor een lange reis. Na enige tijd kwamen ze bij een splitsing waar zich een betrouwbare man bevond.
‘Welke weg geniet de voorkeur?’, vroegen ze hem.
‘Op de rechter weg is er de plicht om de wet en de orde te gehoorzamen, maar in die plicht bevindt zich een veiligheid en geluk. Op de weg naar links echter is er autonomie en vrijheid, doch schuilen in deze vrijheid een gevaar en ellende. Welke pad jullie inslaan is nu aan jullie’, antwoordde de man.
Nadat ze deze woorden hadden vernomen nam de deugdzame van de twee broers de rechter weg, zeggende ‘Ik vertrouw op Allah’ en aanvaardde gehoorzaamheid aan wet en orde.
De onfatsoenlijke en ongehoorzame broer daarentegen koos voor het linker pad, enkel en alleen voor de vrijheid om te doen wat hij wilde. Laten we nu in gedachten deze man, die ogenschijnlijk in gemak doch in werkelijkheid in een bedrukte gemoedstoestand reist, volgen.
Na een lange reis door beken en heuvels en kwam deze man terecht in een lege woestijn waar hij plotseling een angstaanjagend gebrul hoorde. Hij zag een woeste leeuw uit de struiken springen en op hem afkomen. Daarop vluchtte hij tot hij bij een droge put kwam van zestig voet diep waar hij uit pure schrik in sprong. Halverwege zijn val troffen zijn handen een boom waar hij zich aan vastklampte. De boom die uit de muur van de put groeide had twee wortels. Twee muizen - een zwarte en een witte - knaagden aan deze twee wortels en deden hun uiterste best om erdoorheen te knagen. Hij keek naar boven en zag de leeuw wachten als een bewaker bij de monding van de put. Hij keek naar beneden en zag er een angstaanjagende draak in. Het hief zijn muil op en naderde zijn voeten, dertig voet boven hem. Zijn muil was zo breed als de putmonding. Hij keek naar de muur van de put en zag schadelijke ongedierte die hem hadden omringd. Toen hij de kruin van de boom beter bekeek, zag hij dat het een vijgenboom was. Maar wonder boven wonder droeg de boom de vruchten van veel verschillende bomen, van walnoten tot granaatappels.
Deze man begreep door zijn negatieve denkbeeld en dwaasheid niet dat dit geen gewone situatie was, en dat het vrijwel onmogelijk was dat al deze dingen op toeval rustten. Hij realiseerde zich niet dat de vreemdheden die inherent waren aan deze bizarre gebeurtenissen een diepere betekenis moesten hebben en dat er een grote veroorzaker achter zat.
Hoewel nu zijn hart, geest en verstand in stilte gilden om de pijnlijke situatie bracht zijn lagere zelf hem erop het te negeren alsof er niets was gebeurd, de oren te sluiten voor het gehuil van het ziel en het hart en zichzelf te beliegen door – alsof hij in een droomachtige
24. Page
tuin was - te beginnen met het eten van de vruchten van die boom. Terwijl een deel van die vruchten giftig en schadelijk waren.
In een heilige hadīs zegt Allah:
انا عند ظن عبد بي ‘Ik behandel mijn dienaar naar hoe hij mij kent.’
Deze ongelukkige nam vanwege zijn negatieve veronderstelling en zijn onredelijkheid wat hij zag aan als gewoon en dat alles precies was zoals het leek te zijn. Daardoor is hij op een dienovereenkomstige wijze behandeld, zoals hij nu op dezelfde wijze wordt behandeld, en ook zal blijven worden behandeld. Hij stierf ook niet en daardoor niet in staat om te ontsnappen aan de situatie waarin hij zich bevond, noch leefde hij daadwerkelijk. Op deze wijze verblijft hij in deze kwelling.
We laten deze ongelukkige nu in zijn pijn en keren terug om de toestand van de andere broer te bezien.
Deze gezegende, verstandige man ging dus op weg. Omdat hij een deugdzaam karakter had, dacht hij altijd positief, koesterde goede gedachten en vond troosting in zichzelf. Bovendien hoefde hij niet zoveel moeite en ontberingen te doorstaan als zijn broer. Want hij kende de orde, aanvaardde het en werd voorzien van verlichting.
Hij reisde vrijuit in vrede en veiligheid totdat hij een tuin bereikte. Daarin waren prachtige bloemen en vruchten. Maar als gevolg van verwaarlozing waren er ook vuile en lelijke dingen in te vinden. Ook zijn broer was eerder zo een tuin ingelopen. Maar hij had zijn aandacht toegespitst op de vuile dingen die hem misselijk maakten. Als gevolg daarvan vertrok hij zonder ook maar een moment te hebben gerust.
Maar deze man handelde volgens het principe ‘zie het beste in alles’ en keek helemaal niet naar de vuile dingen. Hij heeft enorm geprofiteerd van de mooie dingen. Na goed te hebben uitgerust, verliet hij de tuin en vervolgde zijn weg.
Na enige tijd kwam hij, net als zijn broer eerder, in een enorme woestijn. Plotseling hoorde hij het gebrul van een aanvallende leeuw. Hij was bang – maar lang niet zo bang als zijn broer was geweest. Want door zijn optimistische denkwijze en positieve gedachten bedacht hij zich dat deze woestijn een heerser moest hebben en dat het mogelijk was dat de leeuw onderworpen was aan het bevel van die heerser, en vond daarmee geruststelling. Toch vluchtte hij totdat hij een droge put trof van zestig voet diep. Hij wierp zich erin en net als zijn broer klampte hij zich vast aan de boom halverwege de put. Daar was hij dan, hangend in de lucht! Plotseling zag hij twee diertjes knagen aan de twee wortels van de boom. Hij keek op en zag een leeuw, keek naar beneden en zag een gigantische draak. Net als zijn broer zag hij een buitengewone situatie. Hoewel hij was geschrokken was zijn onrust een duizendmaal minder dan die van zijn broer. Want zijn goede karakter boezemde hem positieve gedachten in wat hem op zijn beurt de mooie kanten van alles liet zien.
Om deze reden dacht hij dus: ‘Deze bijzondere gebeurtenissen staan in verbinding met elkaar. Het lijkt erop dat ze plaatsvinden onder een en dezelfde bevelvoering en moeten daarom een verborgen mysterie bevatten. Juist, deze gebeurtenissen doen zich voor op bevel van een verborgen heerser, in welk geval ik niet alleen ben! Die verborgen heerser kijkt naar me en test me. Hij nodigt me uit en leidt me om een bepaalde reden in een bepaalde richting.’
Uit die zoete angst en die mooie gedachten ontstond een soort nieuwsgierigheid: ‘Ik vraag me af wie het is wie mij test en zichzelf hiermee aan mij wil voorstellen en me op deze bijzondere wijze naar een bepaald doel leidt?’ De nieuwsgierigheid voor het leren kennen van de bezitter van het mysterie leidde tot liefde voor die bezitter. Uit die liefde groeide een verlangen om het diepe mysterie te ontrafelen.
Dat verlangen gaf op zijn beurt aanleiding tot de wens om een prachtige spirituele staat aan te nemen wat de bezitter van het diepe mysterie behaagt en tevredenstelt.
25. Page
Vervolgens keek hij omhoog naar de top van de boom en zag dat het een vijgenboom was. Het droeg echter de vruchten van duizenden verschillende bomen. Vanaf dat moment was zijn angst helemaal verdwenen. Want hij had met zekerheid begrepen dat deze vijgenboom een soort lijst was, een index, een expositie. Die verborgen heerser moet op magische en wonderbaarlijke wijze de exemplaren van de vruchten van zijn velden en tuinen aan deze boom hebben bevestigd. Het leek erop dat hij de boom heeft versierd als een aanduiding van het eten dat hij heeft bereid voor zijn gasten, want een enkele boom draagt ten slotte niet de vruchten van duizenden verschillende bomen. Daarop begon hij plechtig te bidden totdat hem de sleutel van het diepe mysterie werd ingegeven. Hij riep: ’O heerser van deze landen! Ik heb op Uw deur geklopt. Ik neem mijn toevlucht tot U; ik sta tot Uw dienst; ik verlang naar Uw tevredenheid; ik ben op zoek naar U!’ Na dit innige gebed spleet plotseling de muur van de put en ging er een deur open naar een koninklijke, beeldschone en prachtige tuin. Het was zelfs de muil van de draak dat veranderde in deze deur. De leeuw en de draak namen de vorm aan van twee dienaren die hem uitnodigden om binnen te komen. De leeuw kreeg zelfs de gedaante van een paard dat hem gehoorzaam was.
O mijn luie zelf, en o mijn denkbeeldige vriend! Kom! Laten we de [spirituele] situaties van deze twee broers met elkaar vergelijken, zodat we kunnen zien en begrijpen, hoe het goede tot het goede en het slechte tot het slechte leidt. Zie hoe de noodlottige reiziger op het linker pad beeft van angst, wachtende om op elk moment de muil van de draak in te gaan, terwijl de voorspoedige uitgenodigd wordt naar een schitterende tuin vol met vruchten.
Het hart van de noodlottige kwelt van pijnlijke verschrikking en enorme angst terwijl de voorspoedige een behaaglijke les trekt uit die eigenaardige gebeurtenissen, en ze met zoete angst, en een lieflijke kennis aanschouwt en observeert.
Bovendien wordt de noodlottige in afzondering, wanhoop en eenzaamheid gekweld, terwijl de voorspoedige zich met een gevoel van vertrouwdheid, hoop en verheuging amuseert. De noodlottige ziet zich verder als een gevangene die blootgesteld is aan de aanvallen van wilde roofdieren terwijl de voorspoedige een eervolle gast is die zich in vertrouwdheid vermaakt met de bijzondere dienaren van de Genereuze Gastheer.
Verder vervroegd de noodlottige zijn kwelling door vruchten te eten die er heerlijk uitzien, maar in feite giftig zijn. Want deze vruchten zijn niets meer dan exemplaren die men mag uitproberen, maar alleen opdat men dan zou verlangen naar hun originelen en hun klanten zou worden. Het gewoon opslokken als een dier is dus niet toegestaan. De voorspoedige daarentegen proeft en bemerkt de realiteit van de situatie, stelt het eten ervan uit en geniet in feite van het afwachten.
Bovendien heeft de voorspoedige zichzelf onrecht aangedaan. Door zijn gebrek aan inzicht is het hem gelukt om de waarheid zo klaar als de dag, alsook die schitterende omstandigheid om te zetten in een donkere waanvoorstelling en een pikzwarte hel. Hij verdient geen medelijden, noch heeft hij het recht om bij iemand te klagen.
Bijvoorbeeld: als een man geen genoegen neemt met het genot van een gezellig feestmaal met zijn dierbaren in een bloeiende tuin in zomertijd, en zichzelf bedwelmt met gore verdovende middelen, zich vervolgens hongerig en naakt inbeeldt in een ijskoude winter, te midden van wilde dieren, en dan begint te schreeuwen en te wenen, zo iemand zou het medelijden niet waard zijn. Hij doet zichzelf onrecht aan, houdt zijn vrienden voor als wilde beesten en veracht hen. Dit geldt ook voor deze noodlottige. De voorspoedige ziet echter de ultieme waarheid - en de ultieme waarheid is per slot prachtig. Door bewust te zijn van de schoonheid van de ultieme waarheid, respecteert hij de perfectie van de Eigenaar van de ultieme waarheid en verwerft daarom zijn genade. Uit dit alles wordt het geheim van het Koranprincipe ‘weet dat al het goede afkomstig is van Allah, en al het slechte van jezelf’
26. Page
duidelijk. Als je de verdere punten met elkaar vergelijkt zul je tot de volgende conclusie komen: de kwaad bevelende zelf van de eerste heeft niets anders dan een mentale hel voor hem bereidt, terwijl de goede intentie en positieve kijk, evenals de deugdzaamheid en mooie gedachten van de ander hem een enorm goede behandeling en geluk, samen met een stralende deugd en spirituele uitstraling hebben bezorgd.
O mijn zelf, en o jij die samen met mij naar dit verhaal luistert! Als je niet wilt eindigen als de noodlottige broer, maar juist als de voorspoedige broer, luister dan naar de Koran, gehoorzaam zijn wet, houd je eraan en handel naar zijn voorschriften.
Als je de waarheden in deze allegorie hebt begrepen, dan kun je ze ook toepassen op de essentie van religie, de wereld, de mens en het geloof. De belangrijkste van die waarheden zal ik opnoemen, en de subtielere aan jou overlaten:
Laten we eens kijken naar de twee broers - een van hen is de ziel van een gelovige en het hart van een vrome. De ander is de ziel van een ongelovige en het hart van een grootzondaar. Wat betreft de twee wegen, de weg naar rechts is de weg van de Koran en het geloof, terwijl de weg naar links de weg van ongehoorzaamheid en ondankbaarheid is. De tuin waar het pad doorheen leidt is het tijdelijke maatschappelijke leven van de menselijke gemeenschap en haar verschillende beschavingen, waarin zowel deugd en kwaad, goed en slecht, als rein en bedorven tegelijkertijd in bevinden. De verstandige is diegene die volgens het principe ‘neem het reine, laat het vuile’ door het leven gaat en zo met een gerust hart zijn weg vervolgd.
De woestijn is onze aarde, deze wereld. De leeuw is de dood en het moment van overlijden. De put is het lichaam van de mens en zijn levensduur. De diepte van zestig voet staat symbool voor de zestig jaar dat de gemiddelde levensverwachting is van de mens. De boom is de levensperiode en het fysieke leven. De twee kleine diertjes, de zwarte en de witte, zijn de dag en de nacht. Wat betreft de draak, met zijn muil als een graf, staat het voor de reis naar de barzakh en het corridor naar het hiernamaals. Maar voor de gelovige is deze muil een poort die uit een cel naar een tuin leidt. Het ongedierte zijn de beproevingen van deze wereld – doch voor de gelovige zijn ze als milde goddelijke vermaningen en barmhartige gevallen van bezorgdheid die moeten voorkomen dat hij vervalt in de slaap van onachtzaamheid.
De vruchten van die boom zijn de wereldse geschenken, die Allah, de Meest Vrijgevige, geschapen heeft als een lijst en een voorproefje, in een vorm dat lijkt op de gunsten van het Hiernamaals en modellen heeft gemaakt die de klanten uitnodigen naar de vruchten van het paradijs.
Het feit dat die enkele boom verschillende vruchten voortbrengt, is een symbolische indicatie van de Stempel van de Macht van de Onafhankelijke, het zegel van Goddelijke heerschappij en het embleem van het koninkrijk der goddelijkheid. Omdat artistieke werken, zoals het creëren van allerlei dingen uit één en hetzelfde - bijvoorbeeld het creëren van allerlei soorten planten en vruchten uit één aarde; het creëren van allerlei soorten dieren uit één water, of uit een eenvoudige voeding alle organen van een dier vormen en om ook van alles één iets te maken, om dus een bepaald lichaam van vlees of een flexibele huid te vormen uit de zeer diverse soorten voedsel, zijn het unieke stempel, het speciale zegel en het onnavolgbare embleem van de Ene, de Onafhankelijke, de Koning van de Eeuwigheid zonder begin en zonder einde. Ja, het maken van een enkel iets tot alles, en het maken van alles tot één iets is een onderscheidende kenmerk en teken van de Schepper van alles, en is uniek voor de Almachtige.
27. Page
Dat diepe mysterie is het geheim van de wijsheid achter de schepping dat opgelost wordt door het geheim van het geloof. Die sleutel is: O Allah! -Er is geen god dan Allah en Allah - er is geen god dan Hij, de Levende, de Zelfvoorzienende Onderhouder «.
De omvorming van de muil van de draak in een poort van een tuin wijst erop dat het graf voor de dwalende en overtreder een poort is naar een plaats zo benauwelijk als een kerker en zo nauw als een drakenmaag waar ze in eenzaamheid en vergetelheid verblijven, terwijl het voor de mensen van het geloof en de Koran een poort is van de aardse cel naar de erf van eeuwigheid, van de plaats van beproeving naar de tuinen van het Paradijs en van de ontberingen van het leven naar de barmhartigheid van de Barmhartige.
De transformatie van de wilde leeuw in een beminnelijke dienaar en een gehoorzaam paard wijst erop dat voor de mensen van dwaling, de dood een pijnlijke, eeuwige scheiding is van alles wat hun lief is. Het verwijdert hen uit hun bedrieglijke wereldse paradijs en leidt hen naar de brute eenzaamheid en afzondering van de cel in het graf, achter wiens tralies ze worden opgesloten. Maar voor de rechtgeaarde en de volgelingen van de Koran is het een middel voor de hereniging met vrienden en geliefden die overgegaan zijn naar het andere leven. Het is een vervoer voor hun intrede tot hun ware thuisland, en de halte van hun oneindige gelukzaligheid. Het is bovendien een uitnodiging van de aardse gevangenis naar het erf van het Paradijs. Het is daarnaast het - uit de generositeit van de Barmhartige en Genadevolle – wachten op de beloning voor hun voltooide diensten. Het is ook ontheven worden van de ontberingen van de taken van het leven, en de voltooiing van de scholing en oefeningen van de dienaarschap en de test.
KORTOM: Degene die het kortstondige leven als hoofddoel stelt bevindt zich - ook al lijkt hij te leven in een paradijs - in werkelijkheid in een spirituele hel. Maar degene die zich oprecht wendt tot het onvergankelijke leven, hem zal zowel het geluk van deze wereld als dat van het hiernamaals worden geschonken. Hoe zwaar en vervelend zijn leven op aarde ook is - omdat hij zijn wereldse leven ziet als slechts een wachtruimte voor het Paradijs, is hij tevreden, verdraagzaam en dankt hij Allah in geduld.
O Allah! Maak ons van de mensen van de ultieme gelukzaligheid en securiteit, en van de [volgelingen] van de Koran en het geloof! Amīn!
O Allah! Ik spreek gebeden en vrede uit over onze Meester Mohammed, op zijn familie en zijn metgezellen in het aantal van alle letters die de woorden vormen die met de toestemming van de Barmhartige iedere keer dat ieder woord van de Koran wordt gelezen worden weerspiegeld in de spiegels van de luchtgolven, door elke lezer vanaf de eerste openbaring tot het einde der tijden. Heb barmhartigheid met ons, en met onze ouders, en alle gelovigen, zowel mannen als vrouwen, overeenkomstig het aantal van deze begroetingen.
Met UW Barmhartigheid, O Meest Barmhartige der barmhartigen!
Amīn! En alle lof komt Allah toe, de Heer der Werelden.


