Het Vijfde Woord

12. Page

Het Vijfde Woord

 

In de Naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle

 

Waarlijk, Allah is met degenen die Hem vrezen en goed doen[1]

 

[Een verduidelijking van het feit dat het tot stand brengen van het gebed en het vermijden van doodzonden werkelijk menselijke roepingen zijn, passend bij de aangeboren zuivere gezindheid van de mens]

 

Als je wilt begrijpen hoezeer het verrichten van het gebed en het mijden van de doodzonden werkelijk menselijke roepingen zijn, en hoezeer ze het resultaat zijn van de schepping van de mens, let dan op deze korte allegorie, luister:

 

[De allegorie over de goed getrainde en de onervaren soldaten]

 

In oorlogstijd bevonden zich twee soldaten samen in een bataljon. Een van hen was goed getraind en plichtsbewust, de andere onervaren en hoogmoedig.

 

[De liefde van de goedgetrainde soldaat voor zijn roeping en het geloof en vertrouwen in de koning behoedt hem voor zorgen over zijn voorziening]

 

De plichtsbewuste hechtte veel waarde aan training en militaire strijd. Hij dacht geen moment na over zijn levensonderhoud of zijn rantsoenen, want hij was zich volledig bewust dat het de verantwoordelijkheid was van de staat om voor hem te zorgen, hem van uitrusting te voorzien, hem te verplegen in geval van ziekte, zelfs als dat nodig was de lepel bij zijn mond te brengen , en dat zijn primaire taak militaire training en militaire strijd waren.

 

Maar hij zorgde voor verschillende dingen met betrekking tot het klaarmaken van voedsel en uitrusting, en kookte het eten, maakte de etensbakken schoon en bracht ze naar buiten. Als hem werd gevraagd ‘wat ben je aan het doen?’, zou hij zeggen ‘ik doe wat verplichte onbetaalde werk voor de staat’, maar niet ‘Ik ben aan het werken voor mijn brood.’

 

[De vraatzuchtige, onervaren soldaat plaatst zijn eigen lagere zelf voor training en de oorlog]

 

De vraatzuchtige en onervaren soldaat gaf echter helemaal niets om militaire training of om de oorlog. Hij zou zeggen: ‘Het is de taak van de staat om daarvoor te zorgen. Wat gaat mij dat aan?’ Constant was hij bezorgd en bekommerd om zijn levensonderhoud in de mate dat hij nu en dan het bataljon verliet om handel te drijven op de markten.

 

[De goedgetrainde soldaat berispt de onervaren soldaat]

 

Op een dag zei zijn goed getrainde vriend tegen hem: Maat, je daadwerkelijke taak is training en oorlogvoering. Dat is waarvoor je hier bent gebracht! Vertrouw op de koning! Hij zal je niet in honger laten – dit is zijn verantwoordelijkheid! Bovendien ben je hulpeloos en arm – je zult je niet overal kunnen laten voeden. We bevinden ons daarnaast in een tijd van oorlog en mobilisatie – ze zullen je verder beschouwen als muiter en je straffen! Er zijn dus twee taken die in acht genomen dienen te worden. Een daarvan is die van de koning, namelijk ons van voedsel voorzien; en wij, voor ons deel, moeten soms kleine klusjes van hem overnemen. Het andere is onze taak. Het komt neer op training en oorlog waarbij de koning, voor zijn deel, ons te hulp schiet door het te faciliteren!


[1] Koran: al Nahl: 128, 16:128



13. Page

Je ziet dus in welk gevaar de onhandelbare soldaat zich begeeft als hij geen gehoor zou geven aan de ijverige, goed getrainde soldaat!

 

[De betekenis van de allegorie]

 

O mijn luie zelf, zie dus! Dat stormige front is het roerige wereldse leven. Het leger, verdeeld in bataljons, is de menselijke samenleving. Dat bataljon is de islamitische gemeenschap van deze tijd. Wat de twee soldaten betreft, een van hen is de godsbewuste moslim, die op de hoogte is van zijn religieuze plichten en ze naleeft. Hij strijdt tegen zijn innerlijke zelf en tegen de Satan om zich te onthouden van de doodzonden, en om het begaan van slechte daden.

 

De ander is de openlijke zondaar in groot verlies die – op een wijze dat ronduit lasterlijk is naar de Ware Voorziener - zich verliest in de zorg om het levensonderhoud, zijn religieuze plichten verlaat, en de zonden begaat die zich aanreiken op de zoektocht naar broodwinning. De training en de oefeningen zijn - het gebed op de eerste plaats – aanbidding.

 

De oorlog is de strijd tegen het innerlijke zelf en zijn grillen, en tegen de duivels van de djinn en de mensen waarmee het hart en de ziel worden gered van zonden en moreel verwerpelijk gedrag, en van eeuwige ondergang.

 

Wat de twee taken betreft:

 

Een daarvan is de schenking en het onderhouden van het leven, en het andere is het lovend vereren van en smeken tot de Gever en Verzorger van het leven. Het is het volledige vertrouwen en het rekenen op Hem. 

 

Ja, degene die ons het schitterende leven schiep en schonk, wat het aller wonderbaarlijkste is van de kunstwerken van de Onafhankelijke, en een wonderwerk der goddelijke wijsheid, is eveneens de Enige Die het voorziet van levensonderhoud en het in stand houdt. Iemand anders dan Hij is uitgesloten. Wil je bewijs?

 

[De levensonderhoud van de mens wordt niet gegarandeerd door onze eigen inspanningen – maar juist door Allah aan Zijn dienaars]

 

De zwakste en zwakzinnigste dieren worden voorzien van de beste voeding. Kijk bijvoorbeeld naar wormen in fruit, en vissen! De meest hulpeloze en kwetsbaarste wezens eten de beste voeding, zoals het geval bij baby’s en kinderen. De ware middelen voor het verkrijgen van legitiem levensonderhoud is niet het beschikken over de capaciteit om dat te doen of het vermogen om te willen, maar juist eerder door machteloosheid en zwakte. Om dit te vatten volstaat het om vissen met vossen, zuigelingen met roofdieren, en bomen met dieren te vergelijken!

 

[Voor iemand die bidt is werken voor je levensonderhoud een vorm van aanbidding]

 

Dit betekent dat degene die zijn gebed verlaat uit zorg voor zijn levensonderhoud, als een soldaat is die zijn training staakt en zijn beschutting verlaat om te bedelen op de markten. Om je - na het gebed verricht te hebben - in te spannen voor je levensonderhoud in de keukens van de Barmhartigheid van de Genereuze Voorziener, zodat je niet een last bent voor anderen, is een mooi streven dat zowel edelmoedig als dapper is. Dat is ook een vorm van aanbidding.


14. Page

[De mens is de koning van alle schepselen als hij begrip heeft over zijn eigen hulpeloosheid en onmacht]

 

De aangeboren aanleg en zijn spirituele vermogens getuigen bovendien dat de mens geschapen is voor aanbidding. Want ten aanzien van de inspanning en de aangeboren capaciteiten die nodig zijn voor zijn leven op aarde, is hij inferieur aan een eenvoudige mus.

 

Maar ten aanzien van de kennis, de absolute afhankelijkheid, smeekbede en aanbidding die nodig zijn om zijn spirituele leven en zijn eeuwigdurende toekomst veilig te stellen, staat hij gelijk aan de koning en commandant van alle levende wezens.

 

O mijn innerlijke zelf! Als je van het wereldse leven een doel op zich maakt, en daar uitsluitend voor streeft, daal je af naar het niveau van een eenvoudige mus. Als je het volgende leven echter je ware doel maakt, en dit leven tot een middel en een akker waarmee je het zult bereiken, en in overeenstemming met die intentie handelt, word je een groot bevelhebber over alle levende wezens; en word je op deze wereld, een goed verzorgde, dierbare dienaar, en een eervolle, gerespecteerde gast van de Allerhoogste.

 

Twee paden die je worden aangeboden, en het is aan jou om te kiezen welke je wilt. Vraag de Meest Barmhartige van de Barmhartige om de leiding en om het succes.